Vandaag ga ik het dus hebben over sneeuw in Nederland en wat er allemaal gebeurt op zulke (such) dagen. Eerst vertel ik een verhaal en daarna stel ik drie vragen. Ik ben benieuwd of jij de drie vragen kunt beantwoorden. Luister goed:
Ik woon in Utrecht en word ’s ochtends wakker. Ik kijk uit het raam en alles is wit. Overal ligt veel sneeuw en ijs. Het ziet er prachtig uit, maar het is ook lastig (hard) om naar buiten te gaan.
Op straat zie ik een buurman met een grote schep (shovel). Hij is druk sneeuw aan het schuiven (shoveling). Verderop spelen twee kinderen. Ze maken een enorme sneeuwpop (huge snowman) en lachen hard. Ze gebruiken een wortel als neus en hebben veel sneeuwpret (fun in the snow). Soms gooien ze een sneeuwbal (snowball) naar elkaar.
Ik pak mijn telefoon en lees het nieuws: ‘Er rijden geen bussen en het treinverkeer ligt plat (have come to a standstill).’ Dat betekent dat de bussen en treinen helemaal niet rijden. Ook lees ik dat veel scholen ijsvrij (ice free) zijn. Dat betekent dat de kinderen niet naar school hoeven (don’t have to). Het is dus slim om zo veel mogelijk thuis te blijven.
Toch wil ik even naar buiten dus ik neem de hond mee voor een wandeling. Ik heb een witte hond maar in de sneeuw lijkt (seems) hij wel een beetje geel omdat de sneeuw zo wit is, heel grappig. Overal ligt sneeuw en soms zie je niet meer waar de weg (road) is en waar het voetpad (sidewalk). De hond rent blij rond en poept (shits) midden op straat. Ach, gelukkig rijden er toch bijna geen auto’s.
Op de grote wegen strooit de gemeente zout (spreading salt), zodat je veilig kunt lopen, fietsen en rijden. Maar op kleine wegen gebeurt dat niet. Daarom zie je daar echt niet meer waar de weg is.
Ik loop rustig verder, want het is glad (slippery) buiten en ik wil niet uitglijden (to slip). Kinderen glijden (slide) met een slee (sled)van een heuvel en schaatsen (ice skate) op een bevroren vijver. Het is echt winterweer.
Thuis maak ik een warme kop chocolademelk en kijk naar buiten. Het is zo’n dag waarop alles stil (silent) en wit is, en toch zo levendig tegelijk (lively at the same time).
Ben je klaar voor de vragen?
Vraag 1: Waarom zie je niet meer waar de weg is op kleine wegen?
Omdat er op kleine wegen geen zout wordt gestrooid en er zoveel sneeuw ligt.
Vraag 2: Sommige scholen zijn ijsvrij. Wat betekent dat?
Dat betekent dat ze dicht zijn door sneeuw en ijs. Leerlingen hoeven dus niet naar school.
Vraag 3: Wat doet mijn hond midden op straat?
Hij poept midden op straat.
Dit was de aflevering van vandaag over sneeuw in Nederland. Ik hoop dat je het leuk vond en dat je misschien weer een paar nieuwe woorden hebt geleerd.
Vind je mijn podcast leuk en wil je me helpen? Dat kan!
Je kunt dan een kopje koffie voor me kopen. In de beschrijving van deze aflevering en onder het transcript vind je de link. Elke bijdrage, groot of klein, maakt me heel blij en ik ben je natuurlijk heel erg dankbaar!